Diakonie

ZEVEN WERKEN VAN BARMHARTIGHEID IN DE VLASPIT

  • Inleiding
  • De Hongerigen voeden

  • De Dorstigen laven
  • De Naakten kleden
  • De Zieken bezoeken
  • De vreemdeling huisvesten
  • De gevangenen bezoeken

De overige werken volgen de komende weken.

 

Inleiding

Kunt u ze nog spontaan opnoemen, de Zeven Werken van Barmhartigheid?

De hongerigen voeden, de dorstigen te drinken geven, de naakten kleden, de zieken bezoeken, de vreemdeling huisvesten, de gevangenen bezoeken en de doden begraven.

En weet u nog waar het over ging? In het evangelie van Mattheus staat dat Jezus Zijn leerlingen bedankt omdat ze Hem gevoed, gelaafd, gekleed, bezocht, gehuisvest en begraven hebben. De leerlingen denken dat ze voor de gek gehouden worden. “Wanneer hebben we U dan hongerig, dorstig, naakt, ziek, als vreemdeling, gevangen of zelfs dood gezien?” Dan zegt Jezus dat als je er bent voor mensen die als de “minsten”, dus als “onbelangrijken”, worden gezien, je dat voor Hem hebt gedaan. Daar moeten ze even over nadenken…, net als wij.

Jezus is hun vriend, hun leraar, iemand die ze vertrouwen. Hoe konden ze onbekende, onbelangrijke mensen met Hem vergelijken? Hoe konden ze daar net zo warm voor lopen?

Van de andere kant… als Hij daar zoveel nadruk op legt, zal er toch wel iets van waar zijn. Ze gaan ermee oefenen. In het latere Christendom heeft de zorg voor de zwakkeren altijd een centrale plaats. Er komt zelfs een naam voor: diaconie. De Vlaspit wil een diaconale parochie zijn. Wat is dat dan? Wij denken in elk geval dat diaconie ook iets is dat aan twee kanten goed doet.

In de komende tijd willen we aan de hand van de Zeven Werken laten zien wat er in onze parochie en in onze stad zoal gebeurt. Misschien nodigt het je uit om ook iets te ondernemen en zo jouw barmhartigheid te oefenen. Goed voor de ander, goed voor jou.

 

1. De hongerigen voeden

Je kunt er zo akelig van worden, ’s middags rond een uur of vier. De lunch is al even geleden en het avond eten laat nog op zich wachten. Even iets tussendoor. Eigenlijk heb je iets sterkers nodig, maar je stilt de honger even met een afgeleide daarvan. Een soepmerk heeft daar handig gebruik van gemaakt. (maar we hebben vroeger allemaal geleerd dat soep juist de eetlust bevordert). Je kunt het gevoel geen honger noemen, maar de trek neemt je helemaal in beslag, je kunt je moeilijk concentreren. Als je hier even bij stilstaat, begrijp je misschien dat het hebben van echte honger zijn weerslag heeft op het functioneren van mensen.

Het werk van barmhartigheid de hongerigen voeden komt uit een tijd waarin honger lijden iedereen kon overkomen. Als je op reis was waren er bijvoorbeeld geen pompstations om even binnen te schieten. Als het wat tegenzat moest je bij iemand aankloppen voor wat eten.

Als je zwaar lichamelijk gehandicapt was en geen geld kon verdienen met arbeid moest je vragen om eten, bedelen.

Als je als ouder alleen kwam te staan met veel kinderen moest je niet alleen zorgen dat jij zelf geen honger leed, maar dat in de eerste plaats die kleine mondjes gevoed werden. De honger van toen.

Wat is honger in deze tijd? Er zijn steeds meer mensen die zien dat het geld dat iedere maand binnenkomt,al meteen door de bank betaald wordt aan de vaste lasten en de schulden. Er blijven een paar tientjes over om van te eten, schoonmaakmiddelen te kopen en je van te kleden. En dan word je nog geacht te sparen voor onvoorziene omstandigheden. Dan helpt de voedselbank, als je de stap durft te nemen. Heel dapper moet je daar voor zijn.

Maar er zijn meer vormen van honger. De mensen die zulke honger lijden worden daar ook akelig van en kunnen zich moeilijk concentreren en functioneren niet goed. Je hoort wel eens spreken over honger naar status en macht. Maar is dat woord honger hier wel op zijn plaats? Gaat het niet meer om een stevige trek die je even stilt met een tussendoortje.

Is het niet vaak honger naar gezien en aanvaard worden als mens? Hoe kun je de trek van deze mensen en van jezelf stillen? Hetgevenvan een complimentje voor uiterlijke zaken zoals de smaakvolle kleding, de nieuwe auto of het modieuze bankstel lost de honger even op, tot er weer iets opvallenders gekocht is. Dat voedt de honger juist, net als soep.

Het aandachtgevenaan prettig gedrag stilt beter, langduriger. “Wat heb ik fijn met jou gepraat.” “Wat aardig dat je me zo goed geholpen hebt.” “Wat goed dat je zo’n geduld hebt met je dementerende moeder”. “Wat  mooi dat je die klus als vrijwilliger doet en er geen geld voor vraagt.” Wie weet zal er minder geld uitgegevenworden aan blingbling en dure auto’s als mensen voelen dat de liefde van hun omgeving daar niet van af hangt, maar van hun prettig-mens-zijn. Geld dat dan weer besteed kan worden aan de voedselbank voor mensen die fysieke honger hebben.

Goed voor de ander, goed voor jou.

 

2. De dorstigen laven

Zeven werken van barmhartigheid: keuze genoeg om aan de slag te gaan. Wat ga je doen?

Maar wat als je zelf in de positie zit dat je barmhartigheid nodig hebt? Wat als jij in de afhankelijke situatie verkeert, dat een ander jou gaat helpen? Dat is heel moeilijk, zeker als je zelf altijd voor mensen klaar stond. Dan merk je pas hoe klein je je kunt voelen, terwijl je weet dat die ander het zo goed bedoelt. Je kunt boos worden van al dat begrip. Je kunt verdrietig worden van die belangeloze hulp. Soms zou je willen dat je een grote zak geld had, zodat je de zorg kunt kopen, naar jouw maat en behoefte. Gewoon een zakelijke deal, zonder dat je iemand dankbaarheid verschuldigd bent. Maar zo gaat het niet.

Iemand zei: “Ik wil niet een liefdadigheidproject zijn. Ik wil dat mijn vriendin mijn vriendin is en niet mijn zorgverlener die ik nodig heb voor mijn boodschappen.” Of “Ik word gek van mijn vrouw, die maar voor mij loopt en draaft nu ik zo ziek ben. Ik weet dat ze haar best doet. Ze klaagt nooit, terwijl ik zie dat het haar te veel is. Dan ga ik haar treiteren, gewoon om ook maar eens te zien dat zij het opgeeft. Ik wil niet de enige zwakke zijn in dit huis.”

Het kan iedereen gebeuren in de afhankelijke rol te komen. Dan komen er kanten van je naar boven die je nog niet kende. Dan krijg je dorst. Dorst naar het gewone leven. Dorst naar toen alles gemakkelijker was. Die dorst is niet te stelpen, want hoe meer je te drinken krijgt aan hulp, hoe slechter je je voelt.

De dorstigen laven is misschien iets anders dan te drinkengeven. Laven is de dorst oplossen.

Als je iemand met dorst zout water laat drinken, lost dat de behoefte aan vloeistof niet op. Hulp die een ongemakkelijk gevoel geeft, is als zout water. Er is iets anders nodig, maar wat?

Soms helpt het als mensen je af en toe even met rust laten en je tegen je grenzen laten oplopen. Soms helpt het als iemand je vraagt hoe je het nu vindt om op deze manier geholpen te worden. Dan kun je eerlijk antwoordgeven, zonder iemand te beledigen. Soms helpt het om barmhartig voor jezelf te zijn en toe tegeven, dat je de hulp gewoon nodig hebt en dat het niet anders kan. Je gunt het jezelf om die zorg te ontvangen. Iedere keer een andere ‘soms’.

De dorstigen laven: goed voor de andere, goed voor jou.

 

Deel 3

De naakten kleden

Weer iets gekocht waar je zomaar tegen aan liep, precies jouw maat, precies jouw kleur en nog afgeprijsd ook. Wat een buitenkans. Maar thuis voor de kast is het moeilijk een plaatsje te vinden om het kreukvrij weg te hangen, want het is al zo vol. Eigenlijk heel fijn als je zo spontaan van een aanbieding kunt profiteren en constateren dat je in feite al genoeg had. Het is crisis en toch….

Het werk van barmhartigheid dat de naakten kleden heet, is heel gemakkelijk in te vullen. Je ruimt je kast op, ziet met spijt dat het meeste nog goed en weinig gedragen is. Je brengt de opbrengst naar Gerrit Poels of La Poubelle en je hebt weer iemand gelukkig gemaakt. Daar komen veel mensen die de koopjes ook zien, maar niet zo spontaan kunnen zijn, omdat er al geen geld genoeg is om de huur te betalen en het eten een sluitpost is. Maar ook zij lopen er graag goed bij, zodat zij niet herkend worden als de Armen van de stad. Ja, jouw kleding komt goed terecht.

Maar waarschijnlijk is de naakten kleden meer dan dit. Want wie is er nu echt naakt in deze tijd? De uitdrukkingen “in je hemd staan” en “je bloot voelen” verwijzen naar situaties waarin mensen zich beschaamd en kwetsbaar voelen. Als ze over iets moeten vertellen en dat niet willen: een slecht huwelijk, kinderen die ontsporen. Of als ze hun financiële hebben en houwen moeten overleggen om in aanmerking te komen voor een voorziening die ze hard nodig hebben. Iemand in de bijstand zei:” Weet je hoe het voelt als je voor het vervangen van je bril van drie maanden bankafschriften moet overleggen en wat ze niet snappen nog mondeling moet toelichten? Dat voelt heel bloot en daarom doe ik dat niet meer.”

Mensen die afhankelijk zijn van hulpverlening, zorg en liefdadigheid kunnen er over mee praten.

Hoe kun jij nou de naakten kleden? Of je nu ambtenaar,winkelier of buurvrouw bent. Dat kan op de eerste plaats door mensen niet uit te kleden. Besef als je in gesprek bent met iemand, dat je  de waardigheid kunt afnemen met vragen die er niet toe doen. Vragen die mensen bij hun schaamte brengen. Weet dat waardigheid de mooiste en eigenste mantel die je kunt hebben. Niet gekregen van Gerrit Poels, maar van onze Schepper. Niet uitkleden dus, maar aankleden met oprechte belangstelling, vriendelijkheid en compassie. Gekregen van jou.

Goed voor de ander, goed voor jou.

Deel 4

De zieken bezoeken

Dit is het vierde werk van barmhartigheid. Als je met mensen praat die hierin actief zijn, hoor je wonderlijke verhalen. Het in contact komen met mensen die een zwaar leven hebben, is zowel confronterend als verrijkend. Misschien ga je met lood in je schoenen op ziekenbezoek, bij iemand met terminale kanker. Je wilt die pijn niet zien. Het herinnert je ook aan je eigen eindigheid. Je kunt de pijn niet wegnemen. Maar in zo’n gesprek gebeurt het vaak dat juist de zieke bemoedigende woorden heeft voor de toekomstige achterblijvers. De herinneringen aan een goed besteed leven maken het afscheid minder moeilijk dan gedacht. De hoop op het overgaan van de pijn die nu geleden wordt, maakt de dood misschien een goede vriend.

Iemand zei ooit: “Na dit zware bezoek wist ik wat Jezus bedoelde: die vrouw was blij dat haar lange dagen even gebroken werden door mijn bezoek. Maar wat zij mij teruggaf was een enorme kracht. Iets wat groter was dan ik ooit in haar gezonde leven heb gezien. In al haar zwakheid en mijn kwetsbare onhandigheid ontstond een echte ontmoeting. Het voelde of God daarbij was.”

Nu zal niet ieder bezoek of iedere activiteit die intensiteit hebben, maar door ermee aan de slag te gaan geef je het wel een kans. Goed voor de zieke, goed voor jou.

 

              Deel 5

De vreemdeling huisvesten

 Het lijkt zo gewoon: iemand verwelkomen als die op bezoek komt. Iemand als vreemdeling in je huis ontvangen.

Maar in het dagelijks leven voelen we ons vaak vreemdeling in eigen land.  Als we in een warenhuis iets zoeken wat we niet kunnen vinden. Als we in een ziekenhuis de juiste route naar de specialist  zoeken. Als we in een nieuwe wijk een adres willen bereiken. Maar we kunnen ons ook vreemdeling voelen in de bureaucratie: voor welke vraag kunnen we waar terecht. Hoe kom je voor thuiszorg in aanmerking? Wie kan helpen als je de huur niet meer kunt betalen? Hoe vul je dat ingewikkelde formulier in?

Liever zoeken we het eerst zelf uit voor we het vragen, want we vallen niet graag iemand lastig. Bovendien laten we niet graag zien dat we het niet zelf kunnen. En zo kun je dwalen en zelfs verdwalen en je vreemdeling voelen, buitengesloten.

Eén van de werken van barmhartigheid is de vreemdeling huisvesten. Dat is eigenlijk het gemakkelijkst te verwezenlijken werk. Iemand huisvesten hoef je niet letterlijk te nemen: iemand zich thuis en op zijn gemak te laten voelen, is de hedendaagse vertaling.

Dus als een vrouw in de supermarkt naast je staat te mompelen, is het niet raar om te vragen of ze iets speciaals zoekt. Als je een auto voor de derde keer langs ziet komen in de straat, kun je informeren of men het kan vinden. Als je in je werk procedures opstelt, kijk dan of ze niet alleen vriendelijk zijn voor de organisatie, maar ook voor de gebruikers. Als je iets organiseert voor de buurt, maak de uitnodiging dan zo dat iedereen zich welkom voelt, ook al zou hij niemand kennen. Als je op zondag de eucharistie viert, heet mensen dan bij het binnenkomen welkom. Wees je ervan bewust dat er ook mensen aanwezig zijn die de gebruiken en “spelregels” misschien (nog) niet allemaal kennen. Vertel tijdens de viering waar mensen de teksten om te bidden en te zingen kunnen meelezen. Wens elkaar vrede.

De vreemdeling huisvesten: doe het eens een paar keer per week. Het kost geen moeite, het is zo gewoon. Goed voor de vreemdeling, goed voor jou.

 

Deel 6

De gevangenen bezoeken

Dit is een beladen werk van barmhartigheid, omdat het soms genoemd wordt: de gevangenen bevrijden. Waarom zou je iemand bevrijden die zich in de positie gewurmd heeft dat hij gevangen is gezet? Wat blijft er dan nog over van ons justitieel systeem?

Maar deze mensen zijn al veroordeeld, ze zijn al gestraft door dat systeem. Dat hoeven wij als individu niet nog eens dunnetjes over te doen.

Wij, als Vlaspit, gebruiken het woord bezoeken. Maar wie doet dat van ons? Wie meldt zich bij de Willem ll-gevangenis om met mensen die weinig bezoek krijgen een uurtje te babbelen? Welk koor biedt aan om daar eens de viering op te luisteren? Wie schrijft er een brief naar iemand die vast zit. Dat zijn er niet veel. Maar toch … het zal jouw kind zijn die daar zit. Dan hoop je waarschijnlijk dat zij of hij eens wat andere praat heeft dan met medegedetineerden.

Maar er zijn meer gevangenen dan zij die in een cel zitten. Iemand die verslaafd is of iemand die vast zit in een psychiatrische aandoening zoals een depressie zal zich ook gevangen voelen. Zij zijn de macht over hun leven kwijt geraakt en zijn eenzaam in hun strijd die greep weer terug te vinden. Bezoek van iemand die werkelijk belangstelling heeft en die niet veroordeelt kan ervaren worden als wat minder gevangen zitten in de patronen waar men zelf niet uitkomt. Het zet een raampje open naar de buitenwereld. De gevangene wordt zo toch bevrijd. En de bezoeker is daar getuige van.

Goed voor de gevangene, goed voor jou.